Willemijne en Sander op de fiets

Laos

Vanuit Thailand steken we de grens met Laos, gevormd door de Mekong, over met een bootje. Daar aangekomen begint er een noodweer, waardoor het lekker afkoelt. Waarschijnlijk is door deze bui veel modder losgekomen in de rivier, want de vis die ik 's avonds in een restaurant krijg voorgeschoteld smaakt alleen maar naar modder, met gefrituurd riverweed als garnering. Tot zover de 'echte' Mekongvis voor mij!
In Laos is er gelijk een andere sfeer dan in Thailand; een kouder klimaat, Franse invloeden zoals jeu de boule en stokbroden. Er is zelfs een 'night curfew', een nachtklok, vanaf 22.00 moet alles gesloten zijn. In de stad Luang Prabang gaan ze zelfs zover dat de toeristen om 12 uur 's nachts binnen moeten zijn. Voor ons fietsers geen probleem, onze luikjes vallen meestal rond een uur of negen vanzelf dicht.
In de dorpjes waar we onderweg doorheen rijden zien kinderen ons al van tevoren aankomen. Ze beginnen te rennen en roepen: Sabaidee!!!! of Bye Bye tot ver nadat we weg zijn. Sommigen zijn dapperder en willen handjeklap doen. Als we ergens stoppen om wat te drinken, zwermen ze om ons heen, betasten de fietsen en kijken hun ogen uit. De kinderen van armere gezinnen moeten al van kleins af aan mee aan het werk of op hun broertjes en zusjes passen die ze op hun rug meedragen.

Onze eerste fietsdag in Laos is erg pittig en het lukt ons niet Vieng Poukha te bereiken op 120km. Er staan overal bamboehutjes langs de weg en we zien er een in een plantage die een beetje van de weg af ligt. Dat lijkt ons een mooi plekje. We klimmen over het hek, installeren ons aan een vijvertje en wachten tot het donker wordt. We slapen heerlijk onder een hutje van bamboe en worden 's ochtends wakker in een dichte mist. Onderweg ontmoeten we Veronique, een Portugese fietser die alleen een jaar door Azië fietst. We fietsen een dag samen en ze heeft heel wat te vertellen, zoals over de 2 keer dat mannen op brommers haar in Maleisië van de fiets probeerden te duwen. Het klinkt allemaal best heftig, ik heb respect voor zo'n dappere dame.

Na een rustdag in de noordelijke stad Luang Namtha rijden we naar Oudomxai, 100 km langs werkzaamheden. Het zijn niet de Lao die hier het werk doen, maar honderden Chinezen. Vandaag wordt er gegroet met Ni hao in plaats van Sabaidee. China levert hier een grote bijdrage door het aanleggen van wegen, bruggen enz. Dit maakt het makkelijker om goederen vanuit Laos te importeren naar China.
Net buiten een dorpje op de weg naar Luang Prabang belanden we in een hostel beheerd door een Chinees.  In het dorpje is niks te beleven, het is slechts een overstapplaats voor reizigers die geen reden hebben om hier te stoppen. De guesthouses zijn hier slecht, maar wij hebben de best of tthe rest gekozen. Hier hebben we weer een rare ontmoeting. Na in Thailand Bettina Wertheimer van Onderweg naar Morgen tegen het lijf te zijn gelopen, komen we weer een bekende tegen. We zijn net klaar om wat te gaan eten als er twee fietsers het terrein op rijden. Ik herken de jongen en roep: Hey Gijs! Gijs en Floor kijken verbaasd terwijl ze van hun 3-versnelling fietsen afstappen. Ze zijn op wereldreis en hebben onderweg besloten een stuk op de fiets af te leggen. We gaan samen eten, en praten honderduit over fietsen.  

Na een rustdag in de stad Luang Prabang met zijn Franse koloniale huizen, zijn we voldoende opgeladen om het zware stuk naar Vang Vieng te beginnen. Na een zware, warme dag met ontzettend veel hoogtemeters en pitstops voor een koud drankje, komen we in Kiou Ka Cham. Wij zitten net aan een biertje als er 2 fietsers uit Baskenland aankomen. Zij zijn een jaar onderweg door Azië. Na een uur komt er nog een Spaanse fietser aan, hij is al 4 jaar onderweg en is van plan om nog 5 jaar door te gaan. Het klikt goed en we eten samen en lachen wat af om ieders verhalen over India, Ethiopië en andere landen.   
De fietsers geven ons een tip voor een slaapplaats in het door toeristen overlopen Vang Vieng. Romantische cabana's met uitzicht op het Karst-gebergte. Eenmaal in Vang Vieng vinden wij deze plek zonder al te veel moeite. Een hangmat voor de deur, prachtig uitzicht en een hutje voor onszelf. Overdag is het idyllisch, maar 's nachts komt de nachtmerrie ons opzoeken. Een muis heeft zich geïnstalleerd in onze cabana en ondanks dat ik mijn tassen heb dichtgedaan, heeft hij het eten geroken dat erin zit. Maar het is al te laat, de flarden hangen al rond twee enorme gaten in mijn Ortlieb tassen. De tandpasta, scheermes, crème, medicijnen, alles is aangevreten, maar aan de koekjes  is hij niet toegekomen. Na wat chagrijn en een slapeloze nacht (mede door de muziekdreun komend van het party-eiland) kan ik wel weer lachen om de situatie.  
Behalve deze muis is een hamster het enige levende dier dat we in het wild zien. Het beeld in Laos is wat dat betreft net zoals Thailand. Onze vermoedens over stropers worden bevestigd door de vele kruisbogen, katapulten en stokken die mannen en jongens met zich meedragen. Ook zien we gevangen aapjes en dikke slangen gevangen met een stok. Op een parkeerplaats met een hoop marktstalletjes zien we een hoop dode vogels en prachtige vachten onder vliegenkappen. Als we een foto willen nemen van deze dode koopwaar, beginnen ze gelijk te mopperen. Helemaal legaal is het dus niet...

Vanuit de hoofdstad Vientiane nemen we de trein terug naar Bangkok. We kunnen terugkijken op een mooie en geslaagde fietsvakantie.

Ps. Voor de meer visueel ingestelde lezers zijn er wat foto's van Thailand en Laos toegevoegd.

Thailand

Zelfs na een jaar buffelen in de Amerikas hebben wij er nog niet genoeg van!!

Onze volgende trip brengt ons naar Thailand en Laos, voor 4 weken. Onze vlucht met Mahan Air verloopt vrij gemakkelijk, de fietsen worden netjes ingecheckt en in ongeveer dezelfde staat kunnen we ze in Bangkok ophalen. Zo zien we het graag. Ondanks dat ik tijdens onze overstap in Iran een door de maatschappij geschonken hoofddoekje mag dragen, zie ik er wel de lol van in.
Zoals verwacht staat onze transfer naar het hotel al snel klaar, maar ook zoals verwacht trekt de chauffeur zijn wenkbrauwen op tot zijn haarlijn. Dit vrachtje met 2 enorme fietsdozen is niet precies wat hij verwachtte. Na een paar keer heen en weer bellen wordt het allemaal snel (3 uur) geregeld en een busje brengt ons naar het hotel. Het is even slikken als blijkt dat de mensen hier links rijden, de straat oversteken wordt een stuk gevaarlijker, want je kijkt toch de verkeerde kant op.

We gaan dezelfde dag nog Bangkok verkennen, wat hier betekent dat je alle, of toch zoveel mogelijk, Wat's (tempels) gaat bekijken. Dit eindigt al snel in flauwe woordspelingen. Doen we nog een wat? Wat? Wat-dan-nog? Wattes? Binnen 1 dag zijn we al ongeveer Watted-out, ondanks dat de Wats allemaal prachtig zijn, met veel kleuren en spiegeltjes en enorme Boeddha's. Bij een van de tempels worden we aangesproken door een monnik. Wij weten waar dit op uit gaat draaien, maar we hebben toch een kort gesprekje. De monnik lijkt onder invloed van drugs. Een vrouw met een zware stem vraagt hem de weg. Later kijkt hij ons aan en vraagt met grote ogen waarom zij een Ladyboy is. Uiteindelijk schuift hij een envelopje over tafel waar wij onder emotionele dwang iets in stoppen. 
We laten ons volgens de eerste de beste scam zoals in de Lonely Planet beschreven staat in een tuk-tuk lullen en de chauffeur rijdt ons voor een paar cent langs allerlei attracties. Maar de aap komt natuurlijk toch uit de mouw; hij vraagt ons om een winkelcentrum binnen te gaan waar we dan alleen maar rond hoeven te kijken, niks te kopen. Zo verdient onze chauffeur een coupon. Wij vinden het prima, zolang het bij 1 winkel (bij nader inzien toch geen winkelcentrum) blijft! Dit levert natuurlijk discussie op en na 4 keer aandringen probeert hij ons te lozen bij de verkeerde tempel. Jammer voor hem waren wij alert!

Met de trein gaan we naar de stad Chiang Mai in het noorden. Ik heb besloten dat ik me daar eens goed ga laten masseren. Ik kies een full-body Thaise massage voor 3 euro uit en stap in een donker zaakje. Ik mag in een badjas plaatsnemen op een matras. Naast mij liggen 2 matrassen met gesloten gordijnen er omheen. Ik hoor een hoop gekreun van beide kanten, maar kan nu niet meer terug. Gelukkig duren de masssages van beide heren nog maar 5 minuten, met heftig einde en een hoop gegiechel. Zij rekenen 3x zoveel af als ik, rara hoe komt dat? 's Avonds gaan we in een kroeggedeelte Thai Boxing kijken en genieten gelijk ook mee van de wereld van de Thaise entertainmentmeisjes die alleenstaande blanke mannen naar binnen lokken.

Het fietsen gaat goed, de warmte is te doen en de heuvels zijn te overwinnen. De 2e avond belanden we in een hotel waar we de vraag krijgen of we een halve dag blijven. Oh, zo'n soort hotel dus.... Gelukkig zien ze wel aan ons dat wij ander soort klanten zijn en de hele nacht zullen blijven. We krijgen alsnog een schaaltje met nieuwe condooms. Als we gebaren dat we iets te eten zoeken, regelen ze iemand die ons achterop de brommer naar een leuk restaurantje brengt. Het menu is alleen in het Thais gechreven en hier kunnen wij niks van maken. Maar de mensen vinden het alleen maar grappig en zijn wel bereid om aan te wijzen wat we kunnen kiezen en we eindigen met een heerlijk bord fried rice met zeevruchten.

Thailand heeft een goede keuken, goed fietsklimaat, aardige mensen en prachtige omgeving. De flora is mooi, maar de fauna is ver te zoeken. Het lijkt wel of ze alle dieren hebben opgegeten. Vandaag zijn we de grens met Laos overgestoken, hopelijk hadden de inwoners van Laos wat minder honger...

TERUG!

Zoals de meesten van jullie wel in de gaten hebben gekregen, zijn wij weer terug in Nederland. Met 17288 km op de teller hebben een geweldig jaar op de fiets nu afgesloten. Via onze weblog heeft iedereen de mogelijkheid gehad om ons te volgen en dat heeft veel positieve reacties opgeleverd. Het is leuk om zo'n weblog bij te houden en nog leuker dat veel mensen ons trouw gevolgd hebben. Bedankt voor de aanmoedigingen en het enthousiasme!!

Willemijne & Sander 

Laatste etappe: San Juan naar Santiago

Vanuit San Juan rijden we via een saaie weg naar Mendoza. Daar verblijven we in een hostel met lethargische backpackers die ‘s avonds uitgaan en overdag op de bank hangen. Ik ga naar de thermale baden, die mooi gelegen zijn tussen de bergen. Verder gedragen Sander en ik ons als echte toeristen en bezoeken we het park en het serpentarium.

We verlaten de relaxede stad en rijden via de bronnen bij Villavicencio naar Uspallata. We kiezen voor dit alternatief omdat we een stuk van de drukke snelweg naar de Paso de Libertadores (de Chileense grens) willen vermijden. Dat blijkt een goede keus, alleen wat wij niet weten is dat deze weg van 700m naar 3100m stijgt. Via de ‘Weg van het jaar' die zo genoemd is vanwege de 365 bochten, klimmen we over een onverharde weg naar boven. Het uitzicht over deze caracoles (bochten) is schitterend. Na 3 lekke banden worden we nogal gefrustreerd, want we zitten nu al bijna 10 uur op de fiets en we hebben de top nog niet bereikt. De fietsbanden beginnen nu aardig te slijten en dat merken we vooral op een zandweg, waar de kiezels het probleem zijn. Het is net alsof de fietsen ook weten dat ze bijna bij het eindpunt zijn. Het begint al avond te worden, maar daardoor kunnen we tijdens de afdaling genieten van een mooie zonsondergang. Om 8 uur komen we aan bij een camping en gaan uitgehongerd op zoek naar een restaurant.

Van Uspallata hebben we geen andere keuze dan over de snelweg te gaan waar een gigantische hoeveelheid vrachtwagens voorbij scheurt. De vluchtstrook is hier ver te zoeken, dus het is uitkijken geblazen en van de weg af als dat nodig is. De klim is prettig, tot de weg van de rivier afbuigt en we van de ene vallei rechts een andere vallei in rijden. Nu staat de wind recht op ons hoofd en komen we met 6km/h vooruit. We bezoeken de begraafplaats waar de slachtoffers van de Aconcagua liggen. Deze hoogste berg van Zuid-Amerika van bijna 7000m kan worden beklommen zonder gids en dat gaat nogal eens mis. Dan bereiken we eindelijk Puente del Inca, een natuurlijk gevormde brug met kleuren die zijn ontstaan door zwavel. Die avond slapen we in de gebouwen van een legerbasis waar regelmatig bergbeklimmers/reizigers verblijven.

De grensovergang van Argentinie naar Chili is de strengste die we tot nu toe hebben meegemaakt. Wij als fietsers krijgen wederom een speciale behandeling, wat neerkomt op speciale bureautjes, papiertjes, stempeltjes en van kastjes naar muurtjes. Bovendien moeten we onze tassen openmaken! Ze controleren veel op fruit, maar dat hebben we al eerder opgegeten, ondat we hiervan al op de hoogte waren. Vanaf de douane zoeven we naar beneden richting Los Andes. Onderweg komen we langs een waterkrachtcentrale die me wel erg bekend voorkomt. Hier ben ik in 2004 al geweest omdat mijn afstudeeronderzoek daarover ging. Een grappig toeval.

Vanuit Los Andes mogen we onze laatste fietsdag via de snelweg afleggen waar eigenlijk geen fietsers mogen rijden. Maar die waarschuwingsborden staan handig genoeg nooit bij de oprit, maar 10km daarna. Bovendien is er ook geen alternatief. We naderen een tunnel, waar wij niet doorheen kunnen. Er is echter een afslag naar de Cuesta de Chacabuco die we besluiten te nemen om de tunnel te vermijden. Dat blijkt een onverharde weg te zijn die 600m omhoog gaat. Dat hadden we niet in gedachten voor vandaag!! Maar desondanks genieten we van deze laatste fysieke uitdaging. In Santiago staat ons namelijk een bord eten en een douche te wachten, dus dat veracht de omstandigheden.

In Santiago is zoveel veranderd dat ik bijna niks herken (behalve de smogwolk die boven de stad hangt) en het moeite kost om mijn oude appartementje te vinden. Een van mijn oud-huisgenoten woont daar nog en wij kunnen daar logeren tot we teruggaan naar Nederland. Het is erg leuk om mijn oud-huisgenoten en vrienden terug te zien en de lege-flessen verzameling in huis groeit.
We gaan naar het strand, naar Rancagua, de bios en we gaan nieuwe kleren kopen. Eindelijk weer een spijkerbroek na een jaar lang een slobberende afritsbroek van 2 maten te groot of een fietsbroekje! Sander is zodanig afgevallen dat zelfs de kleinste herenmaat in de winkel te groot is (nu niet meer).

Van de geoloog die we eerder ontmoet hebben, krijgen we de uitnodiging om een vlucht met een trike te maken. Een trike is een soort delta vlieger met motor. Dat willen we wel! Echter vlak voor de datum krijgt hij een ongeluk en moet hij een noodlanding maken in een rivier. Met zijn trike kunnen we dus niet meer de lucht in, maar 2 vrienden van hem nemen ons meer dan een uur mee de lucht in. Een geweldige ervaring.

Op naar de volgende vliegreis!

Argentinië: van Salta naar San Juan

We vertrekken vanuit Salta na een rustpauze die ons goed heeft gedaan. We rijden door een struikig landschap en langs dorpen die wel verlaten lijken. Het is ook niet raar, gezien de hitte die in deze gebieden in de zomer voorkomt. Het is vaak 40+ graden, waardoor de zonnebrillen een voor een van m´n hoofd af smelten, de verkeersborden vervellen en zelfs de honden tijdens de siesta-uren geen poging doen om naar ons te blaffen. Op de fiets hebben we dan nog het voordeel en nadeel van de wind. Nadeel omdat die voornamelijk uit het zuiden komt en voordeel omdat het ons in ieder geval een beetje afkoelt. Aan het siesta-ritme in dit land kunnen we maar niet echt wennen. Tijdens de siesta hebben wij het meeste behoefte aan een koud drankje of een bord eten. Maar dat kun je wel vergeten, alles is dicht tussen 1 en 5 en om 8 uur ´s avonds gaan de eerste restaurants pas open. Wij zijn dan ook meestal de eerste klanten..... Gelukkig is Argentinië het land van de wijn en grote stukken mals vlees, dus we komen niks tekort. Zelfs de wijn in kartonnen pakken voor 1 dollar zijn ontzettend lekker en handig voor op de camping.

We komen door de Quebrada de Cafayate, een uitgesleten rivierbedding met de meest bizarre en kleurige rotsformaties en uitgeholde gaten. We stoppen overal om even te kijken. Daar ontmoeten we een groep Argentijnen die met z´n 10-en in een geweldige oude bus op vakantie zijn. We komen ze onderweg nog 2 keer tegen en we krijgen bier en toastjes toegestopt. Eenmaal in Cafayate komen we ze weer tegen en worden we uitgenodigd voor het eten. Daar gaan we natuurlijk op in en we eten een heerlijke kippeprut uit een enorme pan. Ze hebben de bus op straat neergezet met stoelen, tafel en een kampvuur. Heerlijk, dat dat hier allemaal niks uitmaakt. Daarna gaan we zwemmen in de rivier en bezoeken een bodega (wijngaard). De volgende dag gaan we weer met ze op pad, dit keer met de bus en gewapend met kilo´s vlees en liters wijn. We rijden met een gangetje van 40km/h, want veel harder kan de bus niet en eindigen bij een wateropslag. Daar gaan we zwemmen, bbq-en en wijn drinken. De 7 mannen hebben een enorme omvang en houden wel van een grap, naderhand heb ik gewoon pijn in m´n kaken van het lachen.
Ondertussen maken we kennis met meer Argentijnse gebruiken. Er is een festival in Cafayate, de Argentijnen hebben vakantie en de camping staat echt ramvol. En dan bedoel ik dat er 10cm tussen de tenten over is gelaten en dat 4x4 auto´s ons omsluiten. Als we ´s avonds terugkomen na 2 slapeloze nachten vanwege de muziek en het geschreeuw, is er bovendien een dronken harrie op onze tent gevallen en is er een tentstok gebroken. Het is leuk geweest, wij zoeken morgen de rust weer op.

Vanaf Cafayate genieten we weer van de uitgestrekte landschappen met oneindige wegen. Onderweg zien we een hoop dieren, groene papegaaien met rode kop of blauwe vleugels, condors, tarantula, vossen, mara´s (soort kruising tussen haas en kangoeroe) en slangen. We ontmoeten vele fietsers, allen vertrokken in het zomerseizoen vanuit Patagonië. Dit komt misschien ook omdat we een heel stuk van de bekende Ruta 40 doen, de langste weg van Zuid-Amerika, van 5000km. We staan bijna meer aan de kant van de weg te ouwehoeren dan fietsen.
Argentinië is een prima land om aan de cooling-down te beginnen na 11 maanden fietsen. Wij hebben als Nederlanders natuurlijk een streepje voor omdat we Maxima hebben binnengehaald. Iedereen is benieuwd wat wij NL-ers van haar vinden en ze zijn blij dat Willem en Maxima een huisje hebben gekocht in Argentinië. Het fijne aan Argentinië is dat je echt overal je tent op kunt zetten. Er is veel publieke toegang tot water, er zijn goed geregelde gemeentecampings, waar je voor 2 dollar kunt kamperen én zwemmen. En anders is er wel een parkje met bankjes en een bbq of een opslag van irrigatiewater waar je je in kunt wassen. Er is voldoende gastvrijheid en je kunt overal druiven plukken, die een goddelijke zoete smaak hebben. 

Via de dorpen Santa Maria, Belen, Londres, Andolucas rijden we naar Chilecito waar we uitrusten voor aan de Cuesta de Miranda te beginnen. Deze pas ligt op 2000m en is gekleurd door de rode weg en de rode rotsformaties en biedt prachtige uitzichten. In Chilecito willen we pinnen, maar Argentinië is het enige land dat onze passen niet accepteert in de pinautomaat. We proberen geld op te nemen in een bank, maar die stuurt ons naar de volgende. Daar komen we na anderhalf uur en vele inefficiënte overleggen, telefoontjes, kopietjes en 20 stempels weer naar buiten met het geweldige bedrag van 200 dollar! En dat met een creditcard!!
Parque Nacional Talapaya ligt op onze route en die willen we graag bezoeken. Het is een enorme kloof met randen van rode steen van wel 150m hoogte. Het is jammer dat je er alleen met een busje doorheen mag, maar het is hoe dan ook indrukwekkend. Die nacht slapen we in een oude leegstaande loods en worden we ´s ochtends gewekt door kippen, honden en ezels die een bizarre herrie maken. Vanuit dit dorp gaan we door het niks naar Astica waar we worden doorverwezen naar een opslag van irrigatiewater. Daar kunnen we zwemmen en kamperen. ´s Avonds breekt er een ontzettend onweer los en spoelen we bijna met de tent het water in. Het blijkt dat enkele van onze spullen na deze reis aan vervanging toe zijn.

In Bermejo komen we bij een van de vele kapelletjes die hier langs de weg staan. De meeste zijn ter ere van Difunta Correa, een vrouw die tijdens de oorlog haar man volgde door de woestijn en dood werd gevonden met haar zuigeling levend aan haar borst. De grootste staat in Vallecito, waar de mensen nummerborden en minihuisjes achterlaten om deze te zegenen. Het laatste stuk naar San Juan worden we enorm geteisterd door de wind en zijn we na 40km eigenlijk uitgeput (20 km met tegenwind duren al gauw 3 uur met kop over kop fietsen). Maar we zijn zo toe aan wat luxe dat we er nog 60km achteraan stampen. En gelukkig staat de jacuzzi op het dakterras van het hotel op ons te wachten!   

Paso De Sico



In San Pedro de Atacama ontmoeten we 2 Chileense fietsers die voor de veiligheid een kapmes bij zich hebben. Wat een vertrouwen in hun eigen land! Daarna ontmoeten we Israëlische fietsers Gal en Rami die al 2 jaar onderweg zijn in Azië en Zuid-Amerika en net 5 dagen woestijn achter de rug hebben. Ze kunnen pas relaxen als ze 2 liter koude cola hebben weggewerkt. Helaas staan wij op het punt weer op de fiets te stappen, dus nemen we afscheid. We fietsen een kort ritje naar de Quebrada de Jere, een oasis in de woestijn, waar we in de stroom baden en relaxed kamperen. Vanaf hier klimmen we naar Socaire, de laatste plaats in Chili. Vanaf dit punt zullen we wederom over onverharde wegen verder gaan. Hier ontmoeten we Juan-Carlos, een Spaanse fietser en we lunchen samen. Hij begeleidt fietsreizen en is op dit moment research aan het doen. Hij fietst alle reizen eerst alleen, om te kijken of het mogelijk is.Soms zelfs 2 keer, zonder en met bepakking.

10 km na Socaire kamperen we naast een waterkanaaltje. ´s Ochtends vinden we op nog geen 200m van de tent poemasporen. We willen dat beest al een jaar zien, maar dat is bijna onmogelijk, zo schuw zijn ze. We klimmen naar 4500m waar we willen slapen bij een mijnwerkerskamp. We hebben van een andere fietser gehoord dat ze hier een kamer en eten voor je regelen. Helaas halen we het niet en stoppen we om 7 uur vanwege vermoeidheid en de wind en slaan de tent op naast de weg, verzwaard met stenen. De volgende dag fietsen we 6km en komen we aan bij het kamp waar 2 mensen ons op staan te wachten; ze wisten via via al dat we eraan zouden komen. Ze vertellen ons dat we de Argentijnse grens niet overkomen omdat we geen exit-stempel hebben gehaald bij de Chileense douane in San Pedro de Atacama. Mensen die geen stempel hebben, worden bij de grens mooi teruggestuurd naar het mijnwerkerskamp. Dat is even schrikken, want het is 4 dagen terug fietsen naar San Pedro en we hebben weinig zin om het nog een keer over te doen!. Hij kan wel vervoer regelen naar beneden en dan moeten we zelf terug zien te komen. Hij belt met de Chileense politiepost, maar die zegt dat er geen probleem moet zijn. Wij zijn niet gerustgesteld, maar genieten voor nu even van een douche en het eten hier. We eten samen met de mijnwerkers, die hier in ploegen dag en nacht werken. Ze eten echt heel erg weinig en drinken geen koffie en alcohol, allemaal vanwege de hoogte. Daarentegen hebben wij een eetlust waar ze u tegen zeggen. Vandaar ook dat ze iedere dag een medische controle krijgen, waar ook wij vandaag aan mee moeten werken. Gelukkig blijken wij erg gezond.
Er werkt ook een geoloog uit Santiago die ons meeneemt de bergen in en ons alles vertelt over vulkanen, het ontstaan van zoutmeren en ijzermijnen. We moeten erg lachen als hij ons vertelt over zijn onderzoek dat hij hier in 2001 heeft uitgevoerd om de locatie van ijzer in kaart te brengen. Sindsdien hebben ze zijn theorie van tafel geveegd, een vulcanoloog in zijn plaats ingehuurd en zijn nu al 3 jaar op de verkeerde plek aan het boren. Nu hebben ze hem in een wanhopige poging weer aangenomen, maar ze gaan nog niet elders boren. Rare situatie, maar het betaalt goed! We genieten van de prachtige uitzichten van 5200m hoogte.

Vanaf het kamp rijden we naar de politiepost aan de Chileens kant van de grens. Hier controleren ze helemaal niks, maar we krijgen wel een pak sap mee. 30km verder komen we bij de Argentijnse grenspost, waar de beambte nogal druk in ons paspoort zoekt naar de exit-stempel. Maar die is er niet, en wij houden met onze onschuldige 'weet-van-niks' gezichten vol dat dat alles is dat volgens de Chileense douane nodig was. We hebben geluk, want de man is erg aardig en de grenspost heel gezellig. We krijgen de stempel gevolgd door thee en brood. Als we buiten zijn, slaken we een diepe zucht en danken we onze fietsen. Met de auto waren we mooi teruggestuurd!

In Argentinië fietsen we in 2 dagen naar San Antonio de los Cobres. Het is hier minder ruig, met meer riviertjes en groen en het stikt van de felgroene parkieten. Ook zien we guanaco´s, een hol met uilen die ons met veel tumult proberen weg te leiden, nandoes en een schorpioen. We passeren weer zoutvlaktes en helblauwe laguna´s. Vanaf San Antonio de Los Cobres wordt het drukker op de weg en na 20km krijgen we zelfs asfalt. Voordat we afdalen naar Salta, zien we 2 fietsers de top naderen, lopend. Deze 2 Zwitsers hebben fietsen gekocht van 100 euro voor een vakantie van 3 weken. Die fietsen houden het goed, maar op onverhard of te steile stukken moeten ze lopen. Dat zijn hier hele afstanden!! En dat terwijl ze dit stuk 15 jaar geleden met goede fietsen ook al eens gedaan hebben. Back to the future...

De afdaling gaat niet zoals gepland. Er staat zoveel wind dat we er niet van kunnen genieten en aangezien we dit toch verdiend hebben, stoppen we om de rest morgen te doen. We komen terecht in een dorpje waar 3 families wonen. Lucho en Elsa hebben een kamer met een paar bedden en daar mogen wij blijven. Elsa is schilderes en Lucho is archeoloog, maar brengt zijn tijd voornamelijk dronken door. Hij herhaalt alles 25x tot groot vermaak van ons en de jongens die in de tuin een gat graven voor een nieuw toilet. Hij roept steeds maar: 'als jullie keramiek of botten tegenkomen, laat het me weten'. De dop van een wijnkaraf bewaart hij met grootste zorg als een antieke schat. En tegen ons zegt hij: 'als archeoloog moet je alles in de gaten houden', terwijl hij niet eens zijn biertje vast kan houden. Hij noemt mij tomaat en Sander komkommer, vanwege onze moeilijke namen en mijn rode hoofd. Het is een gezellige dag. De volgende dag rijden we door een steeds groener wordende vallei naar Salta waar we gaan genieten van een welverdiende rustpauze.

Bolivia

Bolivia, het land van coca, bolhoedjes, armoede, Evo Morales, onverharde wegen, viezigheid en lama´s. Op het eerste gezicht niet veel anders dan Peru, het is net zo vies langs de wegen, omdat iedereen z´n troep uit het raam gooit. Het doet echter wel armer aan. Overal zie je posters en teksten voor de president Evo Morales en propaganda voor het referendum over het nieuwe grondwetsvoorstel. Hier is 25 januari over gestemd en met 63% heeft voor gestemd, maar gelukkig zaten wij toen in verlaten gebieden. Ik heb het nieuwe voorstel niet gelezen, maar wat ik er over gehoord heb, gaat er wel wat veranderen met o.a. ontwikkelingsgeld, kerken en zal het voor de rijkeren en buitenlanders moeilijker worden. Wij zijn er nu niet meer om het af te wachten, en maar goed ook, want er is gelijk een crisis uitgebroken.

We komen Bolivia binnen bij Copacabana, een leuk stadje aan het Titicacameer. Hier nemen we een pause in dit bedevaartsoord en lopen samen met een hoop Boliviaanse families de heuvel op. Hier genieten we met een paar biertjes van het uitzicht over het meer en de feestvierende ouders die vuurwerk afsteken. Vanaf Copacabana fietsen we langs het meer naar La Paz. Onderweg zitten er opvallend veel kindjes langs de weg. Die worden daar door hun ouders ´s ochtends gedeponeerd om te bedelen. We komen aan bij het stadje Batallas waar de mensen erg onbehulpzaam zijn. 2 dronken mannen bieden aan dat ik wel met ze mee kan komen. Nee, maar toch bedankt! We kunnen geen hostal vinden en eindigen uiteindelijk met ons tentje bij de parochie met toestemming van de Slowaakse priester. 

In La Paz, doen we ons bij het cafeetje Sol y Luna tegoed aan stamppot met gehaktballen, kroket en satesaus. Het is niet helemaal 100% gelijkenis, maar het kost moeite om het bord naderhand niet af te likken. La Paz is een fijne stad om even te blijven, we bezoeken de Valle de la Luna (maanvallei), struinen rond en aanschouwen de vele demonstraties op straat vanwege het referendum. 

In La Paz hebben we goed boodschappen ingeslagen. Tot een stuk na Oruro genieten we nog van asfalt. Vanaf Challapata gaan we over op onverharde wegen. We bereiken de zoutvlakte van Uyuni en slapen in een zouthotel om gewend te raken aan de omgeving. De zoutvlakte blijkt total droog te zijn, want ondanks het regenseizoen is er nauwelijks een druppel gevallen. Het is echt heel apart om over deze enorme witte vlakte te fietsen, terwijl je in de verte de bergen kunt zien. Zonder zonnebril is het niet vol te houden, zo fel is de weerkaatsing. Ongeveer 30km van tevoren zien we het eiland Incahuasi liggen. Dit eiland is bezaaid met enorme cactussen. Wij zoeken hier het restaurantje op waarvan wij via de NL fietsers Wouter en Will hebben vernomen dat hier goede lamaburgers te krijgen zijn. Wij bestellen er 3 met een koud biertje en (warme!) friet en wachten rustig tot alle jeeps met toeristen vertrokken zijn. We zetten ons tentje op aan de andere kant van het eiland op het zout, we hebben een steen nodig om de haringen er in te krijgen. Een fantastische ervaring onder een met sterren bezaaide hemel.

De volgende dag fietsen we naar het zuiden van de zoutvlakte waar we in een hostal slapen in Colcha K. Bij het enige eetlokaal schrikt de eigenaresse zo van ons dat ze zegt dat ze geen eten meer heeft. Na even doorvragen heeft ze over een uur toch eten. Als we na 3 kwartier binnenkomen zit het lokaal nog steeds vol met etende mensen.

Er volgen een aantal dagen waar we over barslechte wegen vol wasbord en los zand van dorp tot dorp ploeteren, duwen en af en toe fietsen. Per dag kunnen we ongeveer maximaal 50 km afleggen, dit ook vanwege de hoogte. We blijven tussen de 3700m en 4900m. We passeren zoutmeren, canyons, rotsformaties, veelgekleurde bergen, valleien met vicuña´s, lama´s, gele konijnen, condors, flamingo´s en de nandoe (de Zuid-Amerikaanse struisvogel) en genieten van het landschap.   

Vanaf het laatste dorp in Bolivia Villamar gaan we het echte desolate stuk Bolivia in. Dit stuk is reserva Avaroa, waar alleen tours doorheen scheuren in jeeps. Met deze jeeps hebben we een haat-liefde verhouding ontwikkeld. Ze rijden de wegen kapot, houden weinig rekening met ons als ze passeren en laten ons in een dikke stofwolk achter. Gelukkig krijgen we ook een keer water en stopt er een groep om ons te feliciteren en 4 lolly´s te geven. Wij zijn een bonusattractie op hun trip, dus er worden vele foto´s van ons gemaakt.

We komen langs zoutvlaktes, de meren Laguna Colorada, Laguna Blanca en Laguna Verde, Geijsers, thermale baden en passeren enkele passen boven de 4500m. Helaas heeft op het laatste nippertje het Boliviaanse eten nog even een bacterie losgelaten in mijn darmen, dus gelijk na Villamar word ik ziek. We kamperen op een mooi plekje en ik kom wat bij. Ik ben blij als ik de volgende dag op het eind van mijn krachten Laguna Colorada haal. Eindelijk heb ik weer honger. Maar dan past de Wet van Murphy zich toe en nemen we de verkeerde afslag, belanden in een zandstorm en gaat de brander stuk. Van frustratie eten we het pakje soep bijna zo op. Gelukkig hebben we nog crackers met tonijn waar we de 4 volgende dagen van eten. Bij de thermale baden krijgen we geen eten met als excuus dat ze alleen ontbijt en lunch klaarmaken en dat alleen voor tours. Individuele reizigers zijn in dit gebied in het nadeel. Een andere fietser vertelde dat hij zelfs in een lodge in de keuken moest eten (van hetzelfde eten als de tours) en alleen in een kamer moest (of mocht) slapen.
Gelukkig hebben we de thermale baden van 35 graden de hele middag voor ons alleen en zijn we in ieder geval weer eens gewassen. De volgende ochtend worden we om 6 uur wakker door de eerste groep die in het bad ligt. Na een half uur liggen er wel 30 mensen in en staan er wel 20 jeeps. Wij pakken snel in en eten om de hoek rustig ons ontbijtje.
Na Laguna Verde en Laguna Blanca komen we aan bij een hostal en krijgen we een bord warme spaghetti en een zacht bed. Wat een feest!! De volgende dag gaan we de grens over naar Chili. Omdat we het bedrag bij de douane niet gepast hebben, wordt de man boos. Volgens ons is het zijn probleem en volgens hem het onze. Er komen namelijk zoveel mensen iedere dag. Ja, dus? Het arendsoog van Sander ziet het wisselgeld gewoon liggen in het laatje en daar wordt de man helemaal pissig van. Onder de woorden: ‘als ik jullie was, zou ik maar 2 keer nadenken voordat je terug wilt komen naar Bolivia'. Gezellig...
De 40km downhill naar San Pedro de Atacama is een waar genot, na 600km tot 700km onverhard. Dit dorp is niet meer wat het 5 jaar geleden was en de prijzen zijn verdriedubbeld. Desondanks genieten wij van goed eten met een goed glas Chileense wijn

Peru deel 3

In Cusco aangekomen installeren we ons in ons hotelletje en werken na onze douche een enorm ontbijt weg. Zelfs van een busreis kun je honger krijgen! Cusco is even heel wat anders dan het echte Peru. Als je op de fiets door een land reist, krijg je heel andere indrukken dan in dit door toeristen overspoelde oord. Het is een prachtige stad gelegen tussen bergen, alleen waar je ook loopt, je wordt aangesproken, achtervolgd, lastig gevallen met folders, toegefluisterd, menu´s worden voorgelezen, etc. `Amigo, amiga, massage, massage, weed, trip to Machu Picchu, vingerpopjes, mutsen, restaurant en ga zo maar door. Nee, dank je wel werkt niet, negeren evenmin. Maar goed, we weten dat we de rest van de tijd echte mensen tegenkomen die niet per se iets van de gringo´s willen en die de echte Peruaanse prijzen rekenen.

Met Liesbeth en Corne bezoek ik de Inka-ruïnes van Pisaq en Saqsaywaman, beide gebouwd op een berg. Pisaq heeft een prachtig uitzicht over de heilige vallei. Met z´n vieren gaan we naar het bekende Machu Picchu. Het is zeer indrukwekkend. ´s Ochtends is alles nog in de mist gehuld, maar al gauw breekt de zon door. Het is de 1e droge dag in 2 weken en wij profiteren daar van! We weten toegangskaarten te bemachtigen voor de berg Wayna Picchu, waar maar 400 mensen per dag op mogen. Tegen de tijd dat het druk begint te worden, gaan wij de berg op. We hebben een prachtig uitzicht rondom en op de ruïnes. We zijn erg blij dat we vroeg zijn gegaan, want om 12 uur is de plek helemaal overspoeld met toeristen. De mystiek die volgens zoveel mensen op deze plek hangt is wat mij betreft ver te zoeken.

Liesbeth en Corne vliegen terug naar NL. Wij hebben een beetje last van een reisdip, dus blijven nog wat langer rondhangen in Cusco. We moeten onszelf met de kaart erbij motiveren voor de komende tijd. Als we ons bij elkaar hebben geraapt en opgepept, rijden we de stad uit en voelen we ons al wat beter, omdat we weer op de fiets zitten en de gringo-trail achter ons kunnen laten. Het is oudjaarsdag en we zijn benieuwd waar we vandaag zullen eindigen. Maar eerst missen we een afslag de stad uit, waardoor we op een modderweg terecht komen. Hoe diep de plassen zijn, ondervind ik als ik mijn evenwicht verlies en mijn voet uit de klikpedaal schiet om niet om te vallen. Lekker begin! De weg slingert langs (Pre-) Inka ruïnes en we komen bij het dorp Quiquilana als het begint te stortregenen. We stoppen bij een hostel. Als we de fiets achter op het erfje rijden, moeten we de ingewanden ontwijken die op de grond liggen. Er ligt een opengesneden varken boven een wasbak en er lopen  80 cavia´s in de keuken rond die zich warm houden onder het fornuis.

Samen met de vrijgezelle eigenaar eten we ´s avonds schaap. Hij houdt zich de rest van de tijd bezig met de tradities van oud en nieuw. Het huis wordt gereinigd met heilig water, incl. onze kamer terwijl hij ondertussen gebeden prevelt. Om 10 uur gaat hij zich wassen en schone kleren aandoen. Om 11 uur krijgen we soep en warme chocolademelk. Om 12 uur steekt hij bijna zijn eigen hotel in de fik door rotjes af te steken die hij niet snel genoeg naar buiten gooit. Daarna gooien we bij elkaar gele confetti in het haar en dansen we met z´n 3-en nog tot half 2 in het restaurant op slechte muziek van een cd die de hele tijd blijft hangen. Een geweldige oud en nieuw die we ons nog lang zullen herinneren. De 2 dagen erna zien we nog steeds mensen met de confetti in het haar. Ook rondom de huizen is deze confetti te vinden en zie je overal gele bloemen, vooral op de bussen.

De volgende dag hebben we een redelijk vlakke dag langs de rivier naar Sicuani. Nu we de grens van Bolivia naderen is het klimmen en dalen wat minder geworden. De hoogvlaktes hebben vlakkere wegen te bieden, een welkome afwisseling. Het is 1 januari, dus veel is gesloten, behalve de drankholen. Vanuit Sicuani gaan we de laatste pas over in Peru, 4300m, Abra La Raya. Op de top denken we eindelijk iets te zien waar we wat warms kunnen drinken. Helaas, het blijkt een fata morgana. Een stopplek voor toeristenbussen, zodat ze lamavellen en mutsen kunnen kopen. In het dorpje Santa Rosa vinden we eindelijk iets om te eten, waarna we doorrijden naar Ayaviri. Hier  ontmoeten we de volgende ochtend een Braziliaanse. Zij is met haar man op vakantie met de motor. Hij is echter ziek geworden door de hoogte en ligt met pseunomia al 3 dagen in het ziekenhuis. Wij begrijpen niet dat ze hem nog niet naar beneden hebben getransporteerd, omdat je dat z.s.m. moet doen als je last hebt van de hoogte. Later horen we dat hij het niet gehaald heeft, dat is even heftig nieuws.

Van Ayaviri rijden we naar Juliaca; althans we doen een poging. Sander heeft iets verkeerds gegeten. Na 40km ligt hij in de berm en gooit het hele zootje eruit. Dat lucht voor even op, maar zuigt ook al zijn kracht eruit. Ik ga aan de kant van de weg met mijn duim omhoog staan, terwijl Sander achter me in de berm ligt. Dat valt niet mee, er komt nauwelijks iets voorbij. En het begint natuurlijk te regenen en onweren. Eindelijk stopt er een busje en we takelen de fietsen op het dak en proppen onszelf naar binnen.

Na 2 dagen zijn we fit om naar Puno te rijden. Vandaag zien we voor het eerst het Titicacameer, een prachtig blauwe vlakte met water. In Puno worden de nieuwe politiemensen geïnaugureerd. De dames hebben allemaal een ultrakort kapsel, terwijl je dat verder bijna niet ziet in Peru. Ik vraag me af of ze er blij mee zijn. Langs het meer fietsen we naar Juli en vanuit daar naar de grens met Bolivia, ons 13e land van deze reis.